Jozef…..de geloofsgetuige.
Jozef, zeventien jaren oud,
kreeg van God twee vreemde dromen
over wat hem zou overkomen…..
Maar zijn broers die bleven koud,
want hij, verwend en voorgetrokken
met een prachtig mooi gewaad,
werd hartgrondig door hen gehaat
en kon geen goed woord aan hen ontlokken.
Op een dag – het moest zo zijn –
zond Jacob hem in zijn mooie kleren
naar zijn broers om de schapen te controleren.
En hij vond hen in de woestijn.
Ze hadden hem al aan zien komen
en bespraken onderling het nut
om hem te gooien in een diepe put
zodat het gebeurd zou zijn met dromen.
Ismaëlieten in een karavaan
konden Jozef toen opkopen,
waarna hij met hen mee moest lopen.
In wanhoop kwam hij in Egypte aan,
waar hij als slaaf moest werken in het huis
van Potifar, persoonlijk lijfwacht van de koning,
met veel meer slaven in zijn woning,
en dit moest beschouwen als zijn thuis.
Maar de Here was ook meegegaan,
en zegende hem bij al zijn werken,
zodat Potifar dat ook ging merken
en hem beloonde met de hoogste baan.
Hij mocht zijn hele huis besturen –
zelfs de vruchten op het veld
werden onder Gods zegen meegeteld –
alleen mocht dit niet erg lang duren,
want de verleiding die ging komen
in de vorm van Potifars vrouw,
die bewust niet werkte aan huwelijkstrouw,
gooide ook roet in déze dromen.
Ze kreeg namelijk zijn kleed in handen
toen hij vluchtte voor: ook maar éven
in zonde tot God met haar te leven,
wat hem in de gevangenis deed belanden.
Maar ook daar was God erbij:
de overste ging hem zelfs vertrouwen
en later helemaal op hem bouwen.
Jozef werd daardoor bewegingsvrij.
Hij ervoer bij elke zegening –
ook al had hij heel veel vragen
over de ellende die hij moest verdragen –
dat hij die van God ontving.
Toen dan ook op zekere morgen
twee hovelingen als rebel
neerploften in een donkere cel,
was het Jozef die hen moest verzorgen.
Na verloop van heel veel dagen
kregen de hovelingen, tobbend over hun lot,
ieder een aparte droom van God,
en werden ze triest door al hun vragen.
“Aan God de uitleg” zei Jozef toen,
zodat de beide mannen vertelden
over de dromen die hun gedachten kwelden,
waarna Jozef de uitleg aan hen mocht doen.
Weer twee volle jaren later
kreeg de Farao twee dromen
over wat dier en gewas zou overkomen,
maar ook hij zat met een kater
omdat alle wijzen en geleerden
die bijeen vergaderd waren,
hem toen niet konden verklaren
waarom zij de wijsheid hiervoor ontbeerden.
Pas toen vertelde de schenker over de dromen…..
de Hebreeuwse slaaf…..en dat
deze de uitleg gegeven had…..
Farao liet Jozef komen!
En ook op dít cruciaal moment –
terwijl de Farao liet zeggen
dat Jozef de dromen uit kon leggen –
werd Gód als uitlegger erkend!
Met Farao’s zegelring aan zijn hand –
na de uitleg van de dromen
wat het land zou overkomen –
ging Jozef als onderkoning door het land.
Zo werden de dromen werkelijkheid!
Want zijn familie – de korenschoven –
moest er werkelijk aan geloven,
na 20 jaar, maar op Gods tijd!
Conclusie:
Wie een droom van God ontvangt,
moet zich daarop blijven richten
zonder voor verleidingen te zwichten,
waarbij de tijd van God afhangt!
Bas Bronkhorst.
20 – 21 december 2011.